|
Het werken in het groen bestaat voornamelijk uit praktijkopdrachten. Uitgangspunt hiervan is: het vergroten van de competenties van de leerling.
Hierbij wordt aandacht besteed aan: - zelfstandig leren werken
- nauwkeurig leren werken
- in een aanvaardbaar tempo leren werken
- veilig leren werken
De nadruk in het groenprogramma ligt vooral op het aanleren en beheersen van eenvoudige vaardigheden (schoffelen, grasmaaien, spitten etc.). De vaardigheden worden geoefend in de (eigen) schooltuin. Daarnaast worden, als buitenschoolse activiteit, tuinen van andere scholen onderhouden.

Wij maken gebruik van de (nieuwe) methode “Doen in Groen”. De vorderingen van de vaardigheden worden bijgehouden door middel van een persoonlijke portfoliosysteem. Het portfoliosysteem wordt door de leerling zelf bijgehouden. Het geeft inzicht in welke mate de leerling de competenties (vaardigheden) beheerst. Aan het eind van het vierde leerjaar kan de leerling de certificaat Groen behalen. Tevens bestaat de mogelijkheid dat de leerling doorstroomt naar niveau 1 van een AOC.
|